Nederlands - woordenschat hoofdstuk 6

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 1. – complete
  2. 3. – exact
  3. 8. over de hele wereld
  4. 9. - gevaar
  5. 10. - vraaggesprek
  6. 11. – eveneens
  7. 13. - regelen
  8. 15. - niet wiebelig
  9. 16. – opleveren
  10. 17. - dingen die je weggooit nadat je ze hebt gebruikt
  11. 19. - zonder er lang over na te denken
  12. 20. als laatste
  13. 22. vertellen dat iets gaat komen of gebeuren
  14. 23. - waarvoor iets gebruikt wordt
Down
  1. 2. - deel van een groter geheel
  2. 4. proefjes doen
  3. 5. - lang, een hele tijd
  4. 6. – onder andere
  5. 7. - laten zien
  6. 12. - iets bedenken en maken
  7. 14. - heel groot feest
  8. 18. – tegen het lijf lopen
  9. 21. – vervolgens