Nederlands

123456789
Across
  1. 3. drink je en je wast je ermee
  2. 6. hier wordt papier van gemaakt
  3. 7. daarmee open je de deur
  4. 8. product van de koe
  5. 9. de kleur van Jane haar haar
Down
  1. 1. deel van een dier
  2. 2. deel van het mnselijk lichaam
  3. 4. niet klein maar
  4. 5. dan heb je geen school
  5. 6. gebruik je in de keuken en groeit in de natuur
  6. 7. ga je naartoe van maandag tot vrijdag
  7. 9. hier slaap je in