Nederlands

123456789101112131415161718
Across
  1. 3. groeien aan je vingers en tenen
  2. 5. groen tapijt in je tuin
  3. 7. hier ga je boodschappen doen
  4. 9. komt uit de lucht in de winter
  5. 10. land in Europa
  6. 13. komt na tien
  7. 15. deel van je mond
  8. 16. kleinste vinger van je hand
  9. 18. dan heb je geen school
Down
  1. 1. zit in je mond
  2. 2. zet je op je neus, je kan er beter door zien
  3. 4. Taal die in Groot-Britanniƫ gesproken wordt
  4. 6. hiermee eet je
  5. 7. die leren jullie vervoegen
  6. 8. water dat uit de lucht valt
  7. 11. T-shirts, sokken, broeken, rokken, jurken...
  8. 12. hierop lees je het uur
  9. 14. doe je op een stoel
  10. 17. staat op je hoofd