Nederlandse werkwoorden - Perfectum

123456789101112131415161718192021222324
Across
  1. 3. Iets was verplicht.
  2. 5. Je sleutels zijn kwijt, je wilt ze vinden.
  3. 6. Het is vandaag zonnig.
  4. 9. Wat je hebt gedaan met je stem.
  5. 10. Een ander woord voor: “niet weggegaan”.
  6. 13. Het glas is kapot.
  7. 14. Op je voeten, niet zittend.
  8. 15. De appel hangt niet meer in de boom want het is ___.
  9. 17. Wat je hebt gedaan als je snel iets pakt.
  10. 20. Wat je bent als niemand je meer ziet.
  11. 21. Iemand heeft hulp nodig.
  12. 23. Wat je hebt gedaan met kleding.
  13. 24. Wat je hebt gedaan als je iets raakt (fysiek of figuurlijk).
Down
  1. 1. Als iemand je iets heeft gegeven, heb je iets ___.
  2. 2. Wat je hebt gedaan naar een film.
  3. 3. Wat je hebt gedaan met woorden.
  4. 4. Wat je hebt gedaan met een pen.
  5. 7. Wat je hebt gedaan met iets dat eerst kwijt was.
  6. 8. Wat duidelijk is geworden (bijv. uit onderzoek).
  7. 10. Dit doe je met geld.
  8. 11. Wat je hebt gedaan op een stoel.
  9. 12. Wat je in het park doet met je benen.
  10. 14. Als je iets in je hand hebt. (vast______)
  11. 16. Wat je met je hoofd/hersenen kan doen.
  12. 17. Wat je hebt gedaan met je ogen.
  13. 18. Wat je hebt gedaan als je iets wilde weten.
  14. 19. Wat je hebt gedaan met een boek.
  15. 22. Wat een jas heeft gedaan aan de kapstok.