Noodweer

123456789101112131415161718
Across
  1. 4. Regen, hagel en sneeuw,
  2. 5. Niet gewoon, uitzonderlijk.
  3. 6. koud
  4. 7. Heel erg warm.
  5. 9. Hard regenen.
  6. 10. Door de hitte wegbranden.
  7. 13. Helemaal nat.
  8. 16. Hoe het weer is.
  9. 17. Het niet meer doen.
Down
  1. 1. De kracht en snelheid waarmee de wind waait.
  2. 2. Wild en heftig.
  3. 3. Zachtjes regenen.
  4. 6. De temperatuur die je voelt.
  5. 8. Aanrichten. De reden waarom dingen gebeuren.
  6. 11. Een heel harde regenbui.
  7. 12. Een hele zware storm
  8. 14. Telkens anders.
  9. 15. Hele warme periode (5 dagen boven de 25 graden en minstens 3 dagen boven de 30 graden.
  10. 18. Goed, positief