NOODWEER LES 5

123456789
Across
  1. 2. Goed, positief.Als iets gunstig is, dan komt het goed uit
  2. 6. Hard regenen. Er valt in korte tijd veel regen
  3. 8. De temperatuur die je voelt. Niet de echte temperatuur, maar hoe koud of warm het voelt
  4. 9. Aanrichten. De reden waarom dingen gebeuren
Down
  1. 1. Hoe het weer is
  2. 3. Het niet meer doen. Als het verkeer platligt,kan er niemand meer rijden
  3. 4. Zachtjes regenen
  4. 5. Helemaal nat, bijvoorbeeld door de regen of door zweet
  5. 7. openbaar vervoer Voertuigen waar iedereen in mag meerijden. Het zijn treinen, bussen, metro's, trams en boten