Oefening 8 pagina 39

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 1. Langs de weg eten we vlug een ...
  2. 4. Ik ben tevreden of ...
  3. 5. Op de trein conctroleert de ... mijn ticket.
  4. 9. In onze living staat een gezellige ...
  5. 11. Heb je op de televisie die ... gezien over vogels?
  6. 12. Hij prikt zich aan de stekels van een ... plant
  7. 13. Met melk en chocoladepoeder maakt mama een kop cacao
  8. 14. Schuin schrift noemt men ook ... schrift.
  9. 15. Die zetel zit gemakkelijk. Hij zit ...
  10. 16. Hij werkt als ... bij een toneelgezelschap.
  11. 19. Hij maakt altijd iets nieuws: zijn ... is grenzeloos!
  12. 21. Onze juf verbetert of ... onze toetsen.
  13. 22. Mijn computer is stuk of ...
  14. 23. De auti start niet, de ... is leeg.
  15. 24. Door die training is de atleet in een goede ...
  16. 25. Die koorts kan komen van een virus of een ...
Down
  1. 2. Hij is een echte grappenmaker of een ...
  2. 3. Een medicijn of een ...
  3. 4. Een kleedhokje of een ...
  4. 6. We kijken naar de sterren door de ...
  5. 7. Die goochelaar heeft een mooie goochel...
  6. 8. Hij spreekt het West-Vlaams ...
  7. 10. Om een huis te bouwen ga ik eerst naar een ...
  8. 11. In ons land zijn er ... verkiezingen.
  9. 17. Hij is een geheim agent of een ...
  10. 18. Als het regent, draag ik op de fiets een ...
  11. 19. Kunst en ...
  12. 20. Toon treedt in het circus op als
  13. 26. Een sprotprent of een ...