Oefenpuzzel les 6

1234567891011121314151617181920
Across
  1. 2. Hierin kun je zwemmen.
  2. 3. Af en toe, maar niet vaak.
  3. 5. Een ander woord voor weggaan.
  4. 8. Hier wacht je op de bus.
  5. 12. De tijden waarop iets open is.
  6. 15. Een plek met bomen en veel groen in een stad of een dorp.
  7. 16. Dit krijg je als je een vraag stelt.
  8. 18. Hier ga je gezellig iets drinken.
  9. 19. Het tegenovergestelde van 'lang'.
  10. 20. Een soort trein die onder de grond gaat.
Down
  1. 1. het tegenovergestelde van vroeg.
  2. 4. Past zestig keer in een uur.
  3. 6. Het tegenovergestelde van 'begin'.
  4. 7. een boekje om je plannen in te schrijven.
  5. 9. Hier wacht je op de trein.
  6. 10. hiermee rijden veel Nederlanders naar hun werk.
  7. 11. Iemand die jou helpt als je ziek bent. Arts.
  8. 13. Dit ben je op je geboortedag.
  9. 14. Het tegenovergestelde van 'dag'.
  10. 17. De persoon die jouw tanden gezond kan maken.
  11. 19. hierop kun je zien hoe laat het is.