Onthoudwoorden reeks 2

12345678910111213
Across
  1. 1. Een grote vogel met prachtige veren.
  2. 4. Niet groot maar _____.
  3. 5. Een waterloop door mensen gegraven.
  4. 7. Een boomsoort.
  5. 9. Niet warm en niet koud.
  6. 11. Lieke zegt: Ik ben de keizer van dit _____.
  7. 13. Ik doe dit op mijn _____.
Down
  1. 1. Tegen mijn ader zeg ik _____.
  2. 2. De koeien staan in de _____.
  3. 3. De lucht is niet blauw maar _____.
  4. 4. De voetballer schopt _____ tegen de bal.
  5. 6. Veel sporten is gezond voor je _____.
  6. 8. Je moet zorg dragen voor het materiaal en niet _____ maken.
  7. 10. Midden op de _____ stond een geit.
  8. 12. Ik giet een lekkere _____ over het vlees.