ontwikkelingspsychologie

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 2. het ..... reflex is de reflex die de baby laat zien als hij schrikt
  2. 7. de peuter groeit niet veel in de lengte, er is vooral sprake van .....
  3. 10. er zijn drie ontwikkelingsfactoren: interne factoren, externe factoren en
  4. 13. ontwikkelingsfase die loopt van 6 tot 12 jaar
  5. 14. een kleuter kan zich steeds beter inleven in anderen, het ..... verdwijnt
  6. 15. ontwikkelingsfase die loopt van 18 maanden tot 4 jaar
  7. 16. in de peutertijd ontwikkelt vooral de .... motoriek
  8. 17. als we kijken naar de emotionele ontwikkeling kijken van een kleuter zien we dat ...... ontstaan bij kleuters
  9. 20. kleuters zijn geïnteresseerd in het 'meisje' of 'jongen' zijn, we spreken van de ...... fase
  10. 21. ontwikkelingsfase die loopt van 17- 22 jaar
  11. 22. langzame duurzame verandering
  12. 25. een baby leert op drie manieren: herhalingsleren, imiterend leren en
  13. 26. in de kleutertijd ontwikkelt de .... motoriek
Down
  1. 1. een schoolkind kan les volgen in de klas onder andere omdat hij/zij zich kan .....
  2. 3. kleuters leren vooral nog door te .....
  3. 4. ergens klaar voor zijn
  4. 5. een schoolkind kan onderscheid maken tussen werkelijkheid en fantasie, we spreken van .....
  5. 6. het zuigen kalmeert de baby, we spreken van de .... fase
  6. 8. de peuter kan zich nog niet goed inleven in anderen, de peuter is .......
  7. 9. de wetenschap die de invloed van de leeftijdsfasen op het gedrag en de ontwikkeling van de mens beschrijft en onderzoekt
  8. 11. schoolkinderen zijn geïnteresseerd in nieuwe dingen te weten komen, we spreken van de .... fase
  9. 12. de peuter gaat in de tegen de opvoeder, de peuter zit in de ........
  10. 18. een baby laat in het begin vooral nog reflexbewegingen zien. Een van de twee meest opvallende is het
  11. 19. een baby lacht naar degene die ook naar hem lacht, we spreken van de .... glimlach
  12. 23. in de peutertijd staat het zindelijk worden centraal, daarom spreken we ook wel van de ..... fase
  13. 24. peuters denken op drie manieren: ....., animistisch en concreet