Opdracht (woordenschat voor lezers)
Across
- 3. De bel gaat. Wat een hard geluid! De les begint.
- 5. In de kring mag je een verhaal vertellen. Je mag over alles praten.
- 6. Bas zit in de groep van juf Elly. Dat is een leuke klas.
- 7. Ik neem mijn boek mee naar school. En mijn pen. En mijn eten. Ik stop ze in mijn schooltas.
- 8. Deze puzzel is leuk. Ik kan alle woorden opschrijven.
- 11. Ik ben te moe om te rennen. Nu loop ik rustig.
Down
- 1. Mijn kamer is een rommel. Ik moet hem opruimen.
- 2. Ik ruim mijn pen op. En mijn gum. Ik stop ze in de pennendoos.
- 4. Als je rent ga je heel hard. Maar lopen gaat langzaam.
- 6. Bas houdt van sport. Hij vindt gymmen leuk op school.
- 9. Alle mensen zijn verschillend. Iedereen is anders.
- 10. Ik ga op weg naar school. Ik moet 10 minuten lopen.