oranges

12345678910
Across
  1. 1. doe je op een wond, pleister
  2. 2. moet je wachten, wachtkamer
  3. 3. doe je met je, tanden
  4. 4. voor je tanden, tandenborstel
  5. 7. je als je veel suiker eet, gaatjes
  6. 9. doe je met je, mond
  7. 10. je pijn hebt ga je naar een, dokter
Down
  1. 1. je op de tandenborstel, tandpasta
  2. 2. maakt de tandarts een gaatje in je kies, boor
  3. 5. groente, wortel
  4. 6. doe je met je, oren
  5. 8. pakken met je, handen