Pathologie

123456789101112
Across
  1. 6. Stukje weefsel dat wordt afgenomen voor onderzoek.
  2. 7. Instrument waarmee kleine structuren sterk vergroot bekeken worden.
  3. 8. Kleinste levende bouwsteen van het lichaam
  4. 9. Ziekte waarbij cellen ongecontroleerd groeien
  5. 10. Iemand die ziektes vast stelt.
  6. 11. Proces waarbij paraffine wordt gebruikt.
  7. 12. Een dun stukje weefsel wordt erop geplakt, zodat je het onder de microscoop kan bestuderen.
Down
  1. 1. Materiaal in het lichaam dat uit cellen bestaat.
  2. 2. Reactie van het lichaam op schade of infectie.
  3. 3. Instrument waarmee kleine structuren sterk vergroot bekeken worden.
  4. 4. Abnormale zwelling of gezwel
  5. 5. Vloeistof die wordt gebruikt om weefsel te fixeren en te ontwateren
  6. 10. Stof wat belangrijk is bij 3 processen op het histo lab.