Posterwoorden groep 3

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637
Across
  1. 1. wat je doet
  2. 3. datgene waardoor iets komt
  3. 4. hooguit
  4. 8. het experiment
  5. 9. als een geheel
  6. 11. het geheel van ideeën en regels waarop een vlak of een praktijkonderdeel is gebaseerd
  7. 12. iets waardoor je tot actie wordt aangezet, stimulans
  8. 13. het gebruik dat van generatie op generatie wordt doorgegeven
  9. 15. de uitspraak die als waar wordt beschouwd, de bewering
  10. 16. eenvoudig
  11. 17. weggeven
  12. 19. hoe groot het gebied is waarop een besluit resultaat heeft
  13. 21. plotseling heel sterk beginnen
  14. 24. misschien niet waar, onzeker
  15. 27. uitvoeren
  16. 28. met muntstukken of papiergeld
  17. 30. alleen maar
  18. 31. wat je aan geld overhoudt
  19. 32. afbeelding van jezelf of iemand (laten) maken
  20. 33. het verkopen van producten aan het buitenland
  21. 34. doen ontstaan, opwekken
  22. 36. iets dat lang meegaat
  23. 37. met veel moeite
Down
  1. 2. een einde maken aan
  2. 5. het tegenovergestelde van wat je wilde
  3. 6. als je rekening houdt met, gelet op
  4. 7. wat zomaar in je opkomt, zonder lang nadenken
  5. 9. de hoeveelheid van een stof die in een andere stof zit
  6. 10. de besten, een kleine groep met geld of kennis
  7. 11. binnenlaten
  8. 14. het heel streng handhaven van de regels
  9. 18. dapper
  10. 20. het zoekwoord in een woordenboek, encyclopedie of databestand
  11. 22. de weg
  12. 23. het gevoel dat je bij elkaar hoort
  13. 25. werken zoals de bedoeling is
  14. 26. de overeenkomst om samen te werken
  15. 27. de plaats waarin vloeistof of gas bewaard wordt
  16. 29. de rekening betalen
  17. 35. het punt van overeenkomst