Puzzel bij H3 - MCSL, H4MAW

12345678910111213141516
Across
  1. 2. Mensen met een lage maatschappelijke positie, gaan minder vaak op vakantie, hebben minder sociale contacten en gaan minder vaak een dagje uit. Dit noem je een lage ______________ participatie.
  2. 6. Achternaam van de man die de reproductietheorie aantoonde.
  3. 7. Piet begon als krantenjongen, maar eindigt als directeur. Dit is een voorbeeld van __________ mobiliteit.
  4. 9. Geldstromen van de overheid dat bedoeld is om bijvoorbeeld de achterstand bij allochtonen kleiner te maken.
  5. 12. Goed nadenken, telkens bereid zijn om je beeld en oordeel bij te stellen.
  6. 13. Piet is directeur van het bedrijf waar zijn vader begon als klusjesman. Dit is een voorbeeld van ____________ mobiliteit.
  7. 14. Theorie die zegt dat je achtergrond en afkomst heel bepalend is voor de status die je als kind krijgt.
  8. 15. De mogelijkheid om te stijgen of te dalen op de maatschappelijke ladder.
  9. 16. Een arts, advocaat of rechter staat hoog op de zogenaamde maatschappelijke ___________.
Down
  1. 1. Autochtonen verplichten hun kinderen op de dichtstbijzijnde school te doen –ook al is dit een zogenaamde ‘zwarte school’, is een voorbeeld van ______________.
  2. 3. Een ongelijke verdeling van welvaart, macht en sociale privileges (=voorrechten).
  3. 4. Als je de samenleving indeelt in groepen mensen met verschillende maatschappelijke posities, spreek je van sociale ________________.
  4. 5. Theorie die zegt dat mensen op basis van hun talenten en inzet kunnen stijgen op de maatschappelijke ladder.
  5. 8. Een allochtoon voorrang geven bij een sollicitatie omdat er een bepaald percentage van de werknemers allochtoon moet zijn, is een voorbeeld van ____________ discriminatie.
  6. 10. Iemand die thuis niet gestimuleerd wordt om te studeren, het nieuws te volgen, of die nooit culturele activiteiten onderneemt, heeft een laag ___________.
  7. 11. Een ander woord voor ‘meedoen’, of ‘deelname’.