Ra, ra, ra...

1234567
Across
  1. 4. hebben voor iets: zich...
  2. 7. direct, primair, meteen...
Down
  1. 1. voor je haren
  2. 2. rode vrucht waar vaak sauzen van gemaakt worden, kan zowel koud als warm gegeten worden
  3. 3. vierhoek waarvan de zijden twee aan twee evenwijdig lopen
  4. 5. buideldier dat vooral voorkomt in Australië en zich op 2 poten verplaatst
  5. 6. is niet erg proper, tegenovergestelde van hygiënisch