safestart-2

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142
Across
  1. 2. Mentale paraatheid om risico’s op te merken
  2. 5. Jezelf tot rust brengen om veiliger te reageren
  3. 6. Gewoontehandelingen die soms risico’s verbergen
  4. 7. Denken aan wat er zou kunnen gebeuren
  5. 11. Wat je verliest bij uitglijden of vallen
  6. 13. Wat SafeStart aanbiedt om veiligheid te verbeteren
  7. 14. Emotie die fouten en onveilig gedrag kan veroorzaken
  8. 17. Elementen of omstandigheden met letselrisico
  9. 18. Iets wat je leert door herhaling of fouten
  10. 21. Eén van de vier kritieke staten in SafeStart
  11. 22. Focus van SafeStart ligt op veilig _______
  12. 23. Onveilige situatie met of zonder schade
  13. 24. Houding of gedrag dat risico’s kan signaleren
  14. 28. Gericht aandacht schenken aan een taak
  15. 30. Wat je probeert te voorkomen via SafeStart
  16. 31. Veel voorkomende oorzaak van valpartijen
  17. 32. Te veel zelfvertrouwen dat risico’s verhoogt
  18. 35. Bekwaamheid om iets veilig en goed te doen
  19. 38. Drijfveer achter veilig of onveilig gedrag
  20. 39. Aandacht ergens anders dan bij de taak
  21. 41. Situatie-________ helpt risico’s tijdig herkennen
  22. 42. Wat je neemt voor je eigen veiligheid
Down
  1. 1. Bewust kijken naar risico’s in de omgeving
  2. 3. Tempo aanpassen voor betere veiligheid
  3. 4. Vooruitdenken over mogelijke risico’s
  4. 8. Niet goed opletten tijdens een taak
  5. 9. Wat je soms moet doen om risico’s te vermijden
  6. 10. Methode voor gedragsbewustzijn en letselpreventie
  7. 12. Staat waarin mensen sneller werken dan veilig is
  8. 15. Je gedrag bewust veranderen om veiliger te werken
  9. 16. Kritieke fout: verlies van _______
  10. 19. Een gevaar of fout zien voordat het misgaat
  11. 20. Terugkijken op gedrag en resultaten
  12. 25. Handelen zonder nadenken, vaak door gewoonte
  13. 26. Iets doen zonder erbij na te denken
  14. 27. Het behouden van beheersing over je handelingen
  15. 29. Wat je doet ná een gebeurtenis of fout
  16. 33. Kritieke fout: verlies van grip, balans of stabiliteit
  17. 34. Wrijving tussen voeten en ondergrond
  18. 36. Iets actief opmerken
  19. 37. Kans op schade of letsel
  20. 40. Fysiek gevolg van een onveilig moment