School

1234567
Across
  1. 3. Deze persoon geeft jou les
  2. 5. Bij dit vak maak je vaak lekkere dingen
  3. 6. Bij dit vak beweeg je veel
  4. 7. daar bewaar je je pennen in
Down
  1. 1. Daar hou je pauze
  2. 2. daar zit je op tijdens de lessen
  3. 4. zo heet iemand die bij je in de klas zit