schooltaalwoorden en woordenbank (20-30-35)

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233
Across
  1. 4. Uit de ... kan je vaak afleiden wat een woord betekent.
  2. 6. Als voorbereiding op het proefwerk Nederlands ... Tom en Elke elkaar.
  3. 8. Kranten geven ons ... over wat er in de wereld aan de gang is.
  4. 12. De leerlingen luisterden heel ... naar de aanwijzingen van hun turnleerkracht.
  5. 13. De resten van een zwaar beschadigd voertuig.
  6. 14. De smartphone, gsm, e-mail zijn middelen om mee te ...
  7. 17. Zij ... het Engels uitstekend.
  8. 22. ... stond in Kortrijk een oud schoolgebouw, maar nu staat er een winkelcentrum.
  9. 23. Een acteur moet soms eens ... als er iets onverwachts gebeurt tijdens het toneel.
  10. 24. zonder medelijden
  11. 25. Wat vind je van de foto's of ... in jouw schoolboeken?
  12. 26. Welke zeep ... je om je handen te wassen?
  13. 27. Zaken naast elkaar plaatsen om overeenkomsten en verschillen te bepalen.
  14. 30. Het terugdoen van iets slechts.
  15. 31. Voor hij aan de test begon ... hij de vragen. (verleden tijd)
  16. 33. Ik heb het ... dat ik ziek word.
Down
  1. 1. een deel
  2. 2. De leraar van geschiedenis kon heel ... vertellen over de Egyptenaren.
  3. 3. Iets heen en weer bewegen om het los te krijgen.
  4. 5. spijt hebben van iets
  5. 7. Het geraamte van een vis.
  6. 9. ... gebruikten de mensen postduiven om brieven te versturen.
  7. 10. De plaats op de bovenkant van je voet, net voor je enkel.
  8. 11. Een persoon afkomstig uit Japan.
  9. 15. Je mag de volgende toets oplossen ... het woordenboek.
  10. 16. Een tienpotig schaaldier dat in de zee leeft.
  11. 18. Als de televisie zo luid staat kan ik me niet ... op mijn huiswerk.
  12. 19. krioelen
  13. 20. Volgend trimester ga je jouw lievelingsauteur ...
  14. 21. ruzie
  15. 27. We ... eerst Brugge voordat we een pannenkoek aten. (verleden tijd)
  16. 28. Joke is erg ... voor indrukken, ze merkt het onmiddellijk als er iemand verdrietig of boos is.
  17. 29. Een bobbeltje op je huid dat je na het zwemmen kan oplopen.
  18. 30. zuur en scherp
  19. 32. Een ander woord voor ordehandhavers.