schooltaalwoorden

123456789
Across
  1. 2. zelfverzekerd opkomen voor jezelf
  2. 3. in het bezit zijn, hebben
  3. 4. vanzelfsprekend, normaal
  4. 6. het tegenspreken, het er niet mee eens zijn
  5. 7. zeggen dat iets zo is
  6. 9. kort bezoek
Down
  1. 1. superbelangrijk, onmisbaar
  2. 5. beperken, kleiner maken
  3. 8. ook niet
  4. 9. beschouwen als