schooltaalwoorden
Across
- 2. zelfverzekerd opkomen voor jezelf
- 3. in het bezit zijn, hebben
- 4. vanzelfsprekend, normaal
- 6. het tegenspreken, het er niet mee eens zijn
- 7. zeggen dat iets zo is
- 9. kort bezoek
Down
- 1. superbelangrijk, onmisbaar
- 5. beperken, kleiner maken
- 8. ook niet
- 9. beschouwen als