schooltaalwoorden

12345678910111213141516
Across
  1. 4. Opschrijven, aantekenen, optekenen
  2. 5. Als een product schrijven
  3. 6. Het materiaal waarop of waarmee iets wordt overgebracht
  4. 8. Het volk, het behoren tot een zekere natie
  5. 10. De waarneming
  6. 11. Onderstrepen
  7. 13. De ongunstige kant
  8. 14. Het gereedschap
  9. 15. De samenleving
  10. 16. Schadelijk, nadeel veroorzakend
Down
  1. 1. Verbonden met een netwerk van computers
  2. 2. Nadeel of schade toebrengen
  3. 3. De reden waarom je iets (niet) doet
  4. 6. Bemoedigen
  5. 7. Nauwkeurig bekijken
  6. 9. Van, voor, in verschillende landen
  7. 10. De nadruk op iets leggen
  8. 12. Alleen rekening houdend met de feiten; onbevooroordeeld
  9. 14. De reden
  10. 15. Aanduiden met een kleur of teken