Spaans, A3

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132
Across
  1. 2. Leraar, persoon die je les geeft
  2. 4. Mensen die op een bepaalde plek wonen
  3. 6. Wanneer je niet meer leeft
  4. 7. Beurs die je krijgt wanneer je studeert
  5. 8. Een kant kiezen
  6. 9. Persoon die iets verbruikt
  7. 10. Gevoel dat je hebt wanneer je iets wilt eten
  8. 11. Om je eten op smaak te brengen
  9. 14. Het apparaat waarmee je iets uit print
  10. 18. De jongeren
  11. 20. Wat het land bestuurd
  12. 21. Wat je bereid bent te doen
  13. 24. Wanneer je het snijdt ga je huilen
  14. 25. Spel op een bord met zwarte en witte vlakjes
  15. 26. Iets wat genoodzaakt is
  16. 28. Hoeveel iets waard is
  17. 29. Alcohol dat veel gedronken wordt door mannen
  18. 30. smaakmaker om iets zoet te maken
  19. 32. Waar iemand begraven ligt
Down
  1. 1. Maaltijd tussen middag- en avondeten
  2. 3. Wanneer je niet wilt dat iets kapot gaat
  3. 4. Ondergrondse verzet
  4. 5. Een film die niet lang duurt
  5. 12. Taco met gesmolten kaas
  6. 13. Een banketbakkerij
  7. 15. Wanneer je iets verliest of kwijtraakt
  8. 16. Het geluk
  9. 17. Wat je weet
  10. 19. Groep mensen dat vecht voor hun land
  11. 20. Koude tomatensoep met knoflook, ui en komkommer
  12. 21. Het land wordt bestuurd door een alleenheerser
  13. 22. Wanneer je iets niet ziet aankomen
  14. 23. Wanneer je ergens aankomt
  15. 27. Wat je allemaal kunt
  16. 31. Een grap/mop