Spaans

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 1. Ergens voor een tijd werken om kennis op te doen
  2. 2. Hoe iets daadwerkelijk is
  3. 6. Een gesprek tussen twee mensen
  4. 7. Als je werk zoekt maak je dit, hierin staat welke opleiding je hebt gedaan en waar je gewerkt hebt
  5. 9. Ergens aan meedoen
  6. 11. Iemand die je redelijk goed kent maar niet een hele goede vriend is
  7. 14. Wanneer je niet wint
  8. 15. Ervoor zorgen dat een probleem verdwijnt
  9. 17. Een oranje stuk fruit
  10. 18. Een plek waar je kan kamperen of je caravan kan plaatsen
  11. 20. Iemand van 18 jaar of ouder
  12. 21. Een groep mensen die getraind zijn om te vechten
  13. 22. Geld dat je extra geeft voor de goede service of het lekkere eten
  14. 24. Een apparaat waarop je vlees of groente kan grillen
  15. 26. Dit heb je nodig om bijvoorbeeld een deur te openen
Down
  1. 1. Hierin kan je het nieuws lezen
  2. 3. Hiermee kan je foto's maken
  3. 4. Een groep mensen die het land bestuurt
  4. 5. Iemand die uit het buitenland komt
  5. 8. Wanneer iets niet makkelijk is
  6. 10. Iemand in een film of boek die de belangrijkste rol speelt
  7. 12. Wanneer je het snijdt krijg je tranen in je ogen
  8. 13. Gebruik je bij het smeren van brood of bij het bakken van iets
  9. 14. Een geel, gebogen stuk fruit
  10. 16. Deze machine wast je kleren
  11. 19. Hierin staat wat de spelers in een film/toneelstuk moeten zeggen
  12. 22. Hieruit bestaat een zin
  13. 23. Geld apart houden waar je later iets van kan kopen
  14. 24. Dit doe je met bijvoorbeeld een bezem om iets schoon te maken
  15. 25. Dit heb je nodig als je op de weg wilt rijden met bijvoorbeeld een auto