spaans

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233
Across
  1. 3. De eerste maaltijd van de dag
  2. 6. Iets nieuw maken
  3. 7. Het werk dat je thuis moet maken
  4. 8. Een koud toetje
  5. 10. Een mexicaanse saus
  6. 11. Heb je nodig om te kunnen koken
  7. 14. Een planeet en een chocoladereep
  8. 15. Het gerecht voor het hoofdgerecht
  9. 16. De maand na februari
  10. 17. Een sterk soort kruiden die je erg goed ruikt
  11. 18. Machine dat je kleren wast
  12. 19. Iets wat een slot open maakt
  13. 21. Een witte romige saus voor bij de friet
  14. 23. Niet al je geld gelijk uitgeven
  15. 25. Hoeveel iets waard is
  16. 28. Waar je in woont
  17. 30. Een christelijk feest in december
  18. 32. Ergens weggaan
  19. 33. Een groot muziek instrument
Down
  1. 1. De maand voor juni
  2. 2. Een slecht eigenschap van iemand
  3. 4. Iets waar je heel goed in bent
  4. 5. Niet meer leven
  5. 6. Een macine waaruit alles wat geprint is komt
  6. 8. een ander woord voor normaal
  7. 9. De dag voor vandaag
  8. 12. Een land waar een iemand aan de macht is
  9. 13. Ergens ander gaan wonen
  10. 20. Het besturen van een auto
  11. 22. En warm voorgerecht
  12. 24. Een belangrijke filmprijs
  13. 26. Een vissoort
  14. 27. Een gesprek voor punt
  15. 29. Een oranje vrucht dat in warme landen groeit
  16. 31. Het warmste seizoen