Spelling kruiswoordpuzzel

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 2. Tegenovergestelde van halve
  2. 4. Kerkbewaarder en de achternaam van Juf Chantal
  3. 5. Dit trek je aan als je gaat slapen
  4. 6. in de ochtend
  5. 7. De maand met de minste dagen
  6. 11. Ander woord voor erg belangrijk
  7. 16. Deze vrucht lijkt op een perzik
  8. 19. Als je iets niet meer weet, ben je het .....
  9. 20. Een slim iemand
  10. 21. Het verkleinwoord van brug
  11. 23. Een persoon die een orkest leidt
  12. 25. Dit voorwerp gebruik je om dingen op te meten
  13. 26. Opa ..... van tekenen (houden)
Down
  1. 1. Hij ..... de hele wereld over (reizen)
  2. 3. Het leukste vak op school
  3. 5. Lekker eten met stroop of suiker
  4. 8. Tegenovergestelde van doorzichtig
  5. 9. Een voertuig op twee wielen
  6. 10. Ander woord voor eng
  7. 12. Dit glas zit aan de achterkant van een auto
  8. 13. Dit hebben olifanten
  9. 14. Ander woord voor steeds en iedere keer
  10. 15. Een creatief vak op school
  11. 17. Hutspot is een ......
  12. 18. Dit zit boven je oog om stof op te vangen
  13. 22. Dit gaat in de tank van een auto
  14. 24. Iemand die rijk is noem je een .....