spelling oefenen groep 7

1234567891011121314151617181920212223242526272829303132
Across
  1. 4. Het verkleinwoord van opa.
  2. 6. Een grote ontploffing noem je ook wel een ...
  3. 8. Op 25 en 26 december vieren we ...
  4. 9. Het verkleinwoord van radio.
  5. 10. De taal die ze in Engeland spreken is ...
  6. 11. Hij ... (beantwoorden tijd van toen) de vraag fout.
  7. 15. Iemand die uit China komt noem je een ...
  8. 16. Ik ... (beleven tijd van toen) mijn droom alsof het echt gebeurde.
  9. 18. Het verkleinwoord van tekening.
  10. 21. Alle kinderen uit de klas ... mij met mijn verjaardag.
  11. 23. Hij ... (raden tijd van nu) het antwoord op de vraag niet.
  12. 24. Het verkleinwoord van blad.
  13. 25. Voordat we aan het werk gaan krijgen we meestal eerst een ...
  14. 28. Het verkleinwoord van buiging.
  15. 29. Het verkleinwoord van auto.
  16. 30. Mensen uit Limburg praten met een Limburgs ...
  17. 31. De feestvierders ... (feesten tijd van nu) de hele nacht.
  18. 32. De helft van iets noem je ook wel 50 ...
Down
  1. 1. De bouwvakkers ... (bouwen tijd van nu) de garage naast het huis.
  2. 2. Het verkleinwoord van glas.
  3. 3. Het verkleinwoord van woning.
  4. 5. Bij de voorstelling ... (verkleden tijd van toen) wij ons als clown.
  5. 7. Het verkleinwoord van vriendin.
  6. 12. Iets dat op een vast moment terugkeert is een ...
  7. 13. Het verkleinwoord van bril.
  8. 14. De man die de baas is in de keuken heet de ...kok
  9. 15. Wij zitten met groep 6 en 7 samen, dat heet een ...groep
  10. 16. Zij ...(bestellen tijd van toen) meer dan dat ze op konden.
  11. 17. Iemand die uit Belgiƫ komt noem je een ...
  12. 19. Ik ...(betalen tijd van nu) bijna altijd met mijn pinpas.
  13. 20. Muziekinstrument met snaren dat tussen je benen op de grond staat
  14. 22. De clowns en acrobaten treden op in de ...
  15. 26. De muts van je jas heet ook wel een ...
  16. 27. Hij ... (zien tijd van nu) niet zo goed zonder bril.