spelling week 31

123456789101112131415
Across
  1. 2. iets een merk geven
  2. 4. iets ergens achter laten
  3. 7. ouders moeten dit doen
  4. 8. ontvoeren
  5. 13. racen door de modder
  6. 14. iets omschrijven
  7. 15. iets op een andere tijd plaatsen
Down
  1. 1. dit doet de keeper
  2. 3. met geld iemand iets laten doen
  3. 5. dit doe je op de universiteit
  4. 6. denken over iets
  5. 9. vluchten uit je land, je ...vlucht je land
  6. 10. het hele werkwoord van ik groei op
  7. 11. duwen
  8. 12. ergens zijn en niet weggaan