Spelling: woordpakket 1 tot en met 9 (TIJD VOOR TAAL)

12345678910111213141516
Across
  1. 2. De tiende maand van het jaar.$
  2. 6. V.T. Ik.... (liegen)
  3. 7. Jongens zijn vrienden en meisjes zijn....
  4. 9. Als je heel goed oplet in de klas dan ben je...
  5. 10. Hiermee kunnen we vliegen in de ruimte.
  6. 11. Na je proeven krijg je een.....
  7. 12. Een ander woord voor praten.
  8. 13. Het tegenovergestelde van volgende.
  9. 14. Hier doen mama en papa vaak hun inkopen.
  10. 15. Uit elkaar gaan.
Down
  1. 1. Domme en onhandige persoon.
  2. 2. Je hebt het lager... en het middelbaar.... en het hoger...
  3. 3. Dit eet je 's middags.
  4. 4. Een synoniem voor blij.
  5. 5. Iemand die heel erg nerveus is, is...
  6. 6. Als het heel erg luid is, dan is er veel....
  7. 7. Een spelletje waarbij de ene de andere moet gaan zoeken.
  8. 8. Hierin kan je al je aankopen leggen als je gaat winkelen. (verkleinwoord)
  9. 14. Lichaamsdeel tussen je hoofd en je arm.
  10. 16. Synoniem voor triestig.