spelling

12345678910111213141516171819
Across
  1. 3. Daar slaap je in.
  2. 5. Het heeft vijf tenen.
  3. 6. Deze persoon kan je een gele kaart geven tijdens een wedstrijd.
  4. 8. Niet warm maar...
  5. 10. Met kiespijn ga je naar de...
  6. 11. Gezichtsbeharing
  7. 12. Een plant waar je je aan kan prikken en bultjes van krijgt.
  8. 14. Dit dier blaft.
  9. 17. Dit eet je als je jarig bent.
  10. 18. Moeder van een veulen.
  11. 19. Zwemt in een vissenkom.
Down
  1. 1. De persoon die jarig is noem je het f...
  2. 2. Op mijn Ipod luister ik ...
  3. 4. Dit zet je op je hoofd.
  4. 7. Als je veel moet hoesten, drink je...
  5. 9. 's ochtends leest mijn vader altijd de ...
  6. 12. Deze zet je op als je in bad gaat.
  7. 13. Op dez kaart kun je alle landen zien.
  8. 15. Buitenkant van een boek.
  9. 16. Het huis staat in ....