Speurtocht

123456789
Across
  1. 3. Heel precies naar iets op zoek gaan
  2. 7. Het eten dat je meeneemt voor tussen de middag.
  3. 8. Iets moeilijks. Je kunt het niet meteen oplossen.
  4. 9. Een tip die je bij een opdracht helpt. Je weet dan beter hoe je iets moet doen of waar je het kunt vinden.
Down
  1. 1. Een tas die je op je rug draagt
  2. 2. De beschrijving van hoe je ergens moet komen
  3. 4. De plek waar een tocht of route eindigt.
  4. 5. Proberen zoveel mogelijk dingen van dezelfde soort te krijgen.
  5. 6. Iets vinden of te weten komen wat je nog niet wist.