Spreekwoorden en uitdrukkingen
Across
- 5. Hij kon er geen ... aan vast knopen.
- 6. De .... valt niet ver van de boom.
- 8. Dat heb je vast uit je .... gezogen.
- 9. Ze staat met haar mond vol ......
- 10. We gaan de ..... buiten zetten.
- 13. Ergens een ...... voor steken.
- 14. Daar zal ik nog eens een .... over slapen.
- 16. Het ..... pijpenstelen.
- 17. Door de .... appel heen bijten.
Down
- 1. Het verhaal ging als een lopend ..... rond.
- 2. Zij steekt de handen uit de ......
- 3. Zij sprong een .... in de lucht.
- 4. Hij schrikt zich een ......
- 7. De kinderen hangen aan zijn ....
- 11. Hij moet een .... lager zingen.
- 12. De .... in de pot vinden.
- 15. Wie niet .... is, moet slim zijn.
- 16. De prinses slaapt als een ....