Stijlfiguren

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334353637
Across
  1. 3. een vraag waarop men geen antwoord verwacht
  2. 4. een stijlfiguur die bestaat uit het herhalen van hetzelfde woord of dezelfde woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinnen of zinsdelen.
  3. 8. is het weglaten van een of meer klanken
  4. 9. de stijlfiguur van overdrijving
  5. 10. een stijlfiguur waarbij tegengestelde begrippen worden verbonden.
  6. 12. een soort beeldspraak waarbij datgene wat feitelijk bedoeld wordt (de referent) niet rechtstreeks genoemd wordt, maar aangeduid met behulp van een nauw verbonden begrip
  7. 14. een beeldspraak wordt gebruikt die zijn kracht door het vele gebruik ervan heeft verloren
  8. 16. wat gezegd wordt wijkt af van wat er bedoeld wordt
  9. 17. figuurlijke taal
  10. 21. het benadrukken van een woord met een ander woord dat dezelfde betekenis heeft
  11. 25. de omvang van datgene in de werkelijkheid waarnaar wordt verwezen wordt (vaak veel) kleiner voorgesteld dan in feite het geval is
  12. 29. je noemt het deel, maar bedoelt het geheel
  13. 30. weglating van een of meerdere woorden
  14. 31. een vorm van beeldspraak, waarbij geen vergelijkingswoord
  15. 32. een vorm van beeldspraak waarbij woorden, zinsdelen of zinnen zonder voegwoorden naast elkaar worden geplaatst
  16. 33. een woord verwijst naar een betekenis en kan meerdere betekenissen kan hebben.
  17. 35. een begrip wordt omschreven door de ontkenning van het tegengestelde, met het doel juist een sterke bevestiging uit te drukken
  18. 37. een vorm van beeldspraak die expliciet de overeenkomst noemt tussen het onderwerp en iets anders met de woorden als, zoals of gelijk
Down
  1. 1. schijnbare tegenstelling
  2. 2. subject-verbobject (SVO)
  3. 5. naamdicht of lettervers
  4. 6. als twee woorden in de beklemtoonde lettergrepen een klankgelijkheid hebben
  5. 7. een opsomming (enumeratie) van gelijksoortige elementen hun betekenis steeds in kracht toeneemt
  6. 8. het doorlopen van een zin over twee (of eventueel meer) versregels. Enumeratie een opsomming wordt gebruikt om iets te benadrukken
  7. 11. je noemt het geheel, maar bedoelt een deel
  8. 13. een vrijere interpretatie van de woorden
  9. 14. of kruisstelling is een repetitio (herhaling) met omkering
  10. 15. het expliciet vermelden, met een bijvoeglijk naamwoord van een eigenschap die reeds in een woord besloten ligt
  11. 18. stafrijm of letterrijm
  12. 19. klanknabootsing
  13. 20. de eenvoudigste vorm van een enumeratie
  14. 22. een combinatie van de indrukken van verschillende zintuigen in uitdrukkingen wordt gebruikt
  15. 23. twee (of meer) zinswendingen naar inhoud of naar vorm min of meer gelijk zijn
  16. 24. levenloze zaken, niet-menselijke levensvormen of abstracte begrippen menselijke eigenschappen krijgen toegeschreven
  17. 26. abstracte begrippen worden voorgesteld als personen
  18. 27. de betekenissen bij een opsomming neemt in kracht af
  19. 28. twee woorden worden gecombineerd die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken
  20. 34. een woord, zinsdeel of soms een hele zin waarmee iets mooier of vriendelijker wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is
  21. 36. uitdrukking, niet letterlijk