Submicroscopische structuren in cellen

1234567891011121314151617181920212223
Across
  1. 5. 13. Staaf- of bolvormige celorganellen die zorgen voor de cel ademhaling ( ze hebben enzymen voor de verbranding van voedingsstoffen)
  2. 9. 10. Lysomen kunne celeigen bestanddelen afbreken: we spreken van …
  3. 11. 5. Een blaasje, geproduceerd door het G.A., waarin de eindproducten ( afgewerkte proteïnen)verpakt zitten.
  4. 12. 11. Endoplasmatisch reticulum met aan de cytoplasmatische kant kleine korrels (ribosomen) dat instaat voor de synthese van proteïnen.
  5. 14. 15. Genetisch materiaal dat informatie bevat om in cellen proteïnen aan te maken.
  6. 17. 6. Een blaasje dat eindproducten bevat die buiten de cel worden afgegeven
  7. 19. 9. Een celorganel, dat afbrekende enzymen bevat, dat typisch is voor de dierlijke cel.
  8. 21. 23. Plasten die zetmeel opslaan en die in chloroplasten kunnen veranderen.
  9. 22. 4. Celkern
  10. 23. 3. Afgeplatte zakjes waaruit een Golgi-apparaat is opgebouwd.
Down
  1. 1. 1. Een warrig netwerk van chromatinevezels (draadvormige structuren die hoofdzakelijk opgebouwd zijn uit DNA).
  2. 2. 16. De inhoud van een mitochondrion.
  3. 3. 12. De afbraak van extracellulair materiaal door een lysosoom noemen we … . Dit type afbraak gebeurt door witte bloedcellen.
  4. 4. 2. Celorganel dat bestaat uit een verzameling van afgeplatte zakjes (cisternen), waarin stoffen bewerkt worden en waarvan blaasjes loskomen voor transport en secretie van stoffen.
  5. 5. 20. Holle buisjes die bestaan uit het proteïne tubuline. De buisjes zijn de basisstructuren van centriolen, trilharen en zweepharen.
  6. 6. 17. Twee staafjes in dierlijke cellen, bestaande uit microtubuli, die belangrijk zijn voor de verdeling van een cel.
  7. 7. 7. Korrels die de kopie van informatie aflezen omtrent de bouw van proteïnen.
  8. 8. 18. Het inwendige membraam van een mitochondrion vertoont vele uitstulpingen: de …
  9. 10. 8. Miniorgaantjes in een cel met een bepaalde functie.
  10. 13. 24. Andere naam voor bladgroenkorrels, die fotosynthese uitvoeren.
  11. 15. 22. Celorganel in een plantencel met een inhoud van celsap (water, sachariden, pigmenten…) dat zorgt voor stevigheid in de cel en een opslagplaats is voor reservestoffen.
  12. 16. 19. Een complex netwerk van proteïnevezels.
  13. 18. 14. Organellen met rode oranje of gele pigmenten.
  14. 20. 21. Structuur in de celkern die de aanmaakplaats is van rRNA (nodig voor opbouw van ribosomen).