Taak kruiswoordraadsel medische termen

1234567891011121314
Across
  1. 2. Een medisch specialist die zich heeft toegelegd op het opsporen, diagnosticeren en behandelen van ziekten van het hart.
  2. 5. Schaafwond, afkrabbing
  3. 7. Een infectieziekte veroorzaakt door de parasiet Toxoplasma gondii. U kunt ermee in contact komen door het eten van besmet rauw vlees en rauwe groenten of via uitwerpselen van katten.
  4. 9. Een behandelvorm waarbij met de handen klachten worden verholpen door de natuurlijke lichaamsfuncties te herstellen.
  5. 11. Een geluid dat niet van buiten komt, maar als het ware in één of beide oren in uw hoofd zit. Iemand anders kan het geluid niet horen.
  6. 12. Is de uitwisseling van in water opgeloste stoffen door een semipermeabel membraan. Vaak wordt het gebruikt als synoniem voor hemodialyse, een van de bestaande nierfunctievervangende therapieën.
  7. 13. Een ontsteking in de kleine buisjes van de longen (de bronchiën). De belangrijkste verschijnselen zijn hoesten en kortademigheid.
Down
  1. 1. Een arts voor een oudere patiënt, die last heeft van verschillende aandoeningen tegelijkertijd. Vaak gaat het om een combinatie van lichamelijke, psychische en sociale problemen.
  2. 3. Een ontsteking van het neusslijmvlies. Dat geeft klachten als een loopneus, niezen, neusverstopping, geprikkelde keel, verstopte oren, hoesten en hoofdpijn.
  3. 4. De transplantatie van levende cellen, weefsels of organen van de ene naar de andere diersoort
  4. 6. Een ander woord voor hoge bloeddruk, wanneer de bovendruk 140mmHg of meer bedraagt en de onderdruk 90 mmHg of meer.
  5. 8. Mucoviscidose of muco (ook wel taaislijmziekte of cystic fibrosis genoemd) is de meest voorkomende levensbedreigende erfelijke ziekte in België. Kan zorgen voor terugkerende luchtwegeninfecties, longontstekingen, buikpijn en andere spijsverteringsproblemen.
  6. 10. Een Schotse arts en microbioloog in het veld van de medische microbiologie die voor de ontdekking van penicilline een Nobelprijs heeft gekregen.
  7. 13. Klein orgaan in het lichaam die belangrijke hormonen (adrenaline en noradrenaline) maakt. Ieder mens heeft er twee, één aan de linkerkant en één aan de rechterkant.
  8. 14. De aanwezigheid van vocht op plaatsen in het lichaam waar vocht normaal niet of nauwelijks aanwezig is. Voorbeelden zijn de enkels, de buik of de longen.