Taal blok 4
Across
- 1. gevoel van bang zijn, er angst voor voelen
- 6. spraakgebrek waarbij je het begin van woorden een paar keer herhaalt
- 7. op een ingehouden manier gemeen
- 11. met een gevoel dat je het niet vertrouwt
- 12. wie zijn slimheid alleen gebruikt om er beter van te worden
- 13. je voeten met kracht op de grond laten neerkomen
- 15. wie aandachtig en ingespannen ergens aan werkt
- 16. voortdurend je tanden en kiezen tegen elkaar wrijven
- 20. met een goed karakter, aardig
- 21. wie goed nadenkt voor hij iets doet of zegt
- 22. ijverig en met veel plezier
- 24. je gevoelens onder controle houden en kalm blijven
- 25. snel kwaad zijn
Down
- 2. niet meer weten wat je moet doen
- 3. zonder hoop, niet meer weten wat je moet doen
- 4. verdriet hebben of laten blijken
- 5. vrolijk allerlei ongeoorloofde dingen doen
- 8. beven, huiveren, rillen, trillen
- 9. bedoeld om te benadelen of te kwellen
- 10. met het vaste voornemen iets te doen
- 14. iets vervelend vinden
- 17. in een slecht humeur
- 18. kibbelen, ruzie maken
- 19. wat niets kan opbrengen
- 20. heel erg
- 23. mopperen