Taal in Beeld 6a blok 4 les 5

12345678910111213
Across
  1. 2. Raar of gek.
  2. 6. Als je van alles te weten wilt komen. Ook dingen waar je niets mee te maken hebt.
  3. 9. Als je zin hebt om anderen aan te vallen. Bijvoorbeeld omdat je kwaad bent.
  4. 11. Als je snel een sterk gevoel krijgt. Je bent bijvoorbeeld snel boos, blij of verdrietig.
  5. 13. Erg haastig.
Down
  1. 1. Iemand die weinig let op wat er om hem heen gebeurt.
  2. 3. Als iemand iets echt meent en er geen grapjes over maakt.
  3. 4. Iemand die vaak op een vervelende manier over iets klaagt of om hetzelfde vraagt.
  4. 5. Hoe iemand is.
  5. 7. Je gedachten en je gevoelens.
  6. 8. Verlegen.
  7. 9. Je bent aardig voor andere mensen. Je doet dingen voor hen zonder dat ze erom hoeven te vragen.
  8. 10. Je humeur. Je bui.
  9. 12. Als je de baas wilt spelen.