Taal in Beeld blok 3 les 1

1234567891011
Across
  1. 2. Als je ergens het meest van houdt. Bijvoorbeeld je lievelingseten
  2. 3. Een voorwerp waardoor je iets makkelijker kunt doen
  3. 6. Bekijken
  4. 9. Een tochtje naar iets leuks toe
  5. 11. Als iets middenin ligt. In het centrum
Down
  1. 1. Als iets anders is dan normaal
  2. 3. De tijd waarin de meeste mensen met vakantie gaan.
  3. 4. Als het te maken heeft met gebeurtenissen van vroeger. Uit de geschiedenis
  4. 5. De plaats waar je naartoe reist
  5. 7. Waar iets eindigt, bijvoorbeeld een spoorweg of een buslijn
  6. 8. Iemand die iets zegt door de luidsprekers in een gebouw of op de radio
  7. 10. Een deel van een weg of van een spoorweg.