Taal thema 1

123456789101112
Across
  1. 3. Een huis dat je niet koopt, maar huurt.
  2. 6. Dat was je opschrijft.
  3. 8. Alle vervoersmiddelen en personen die de weg gebruiken.
  4. 10. Ergens kunnen komen.
  5. 11. Het minste of laagste.
  6. 12. Ergens zijn zonder iets te doen.
Down
  1. 1. Gezegd van iets waar weinig van is.
  2. 2. De omgeving waarin je woont.
  3. 4. Wat iedereen kan gebruiken.
  4. 5. Iets wat je gebruikt om iets of iemand van de ene plaats naar de andere te brengen.
  5. 7. Een wijk met nieuwe huizen en wegen.
  6. 9. Het meeste of hoogste.