TaalCompleet A2 - 1.5 woorden

1234567891011121314
Across
  1. 2. Een goed en vrolijk gevoel hebben.
  2. 4. Nieuw, van deze tijd.
  3. 6. Hoe iemand of iets lijkt met de ogen.
  4. 8. Veel plaats in een (grote) ruimte.
  5. 9. Een deel van een stad of dorp, waar mensen wonen.
  6. 10. Niet zwaar óf iets dat je kunt zien (zon, lamp).
  7. 12. Een maat om lengte te meten (100 centimeter).
  8. 13. Van het ene huis naar een ander huis gaan.
  9. 14. Geld dat je elke maand betaalt om in een huis te wonen.
Down
  1. 1. Een vorm met vier gelijke kanten.
  2. 3. Iets wat je zegt als iemand jarig is of iets goeds heeft gedaan.
  3. 5. Iets goeds gebeurt toevallig.
  4. 7. Heel erg goed, heel leuk.
  5. 11. Iets verdelen of samen gebruiken.