Taaljacht blok 6 week 2

123456789
Across
  1. 2. Het toneel oplopen.
  2. 5. Klaar voor gebruik.
  3. 7. Elkaar niet goed begrijpen.
  4. 8. Iemand die pakjes langsbrengt.
  5. 9. Wat je wilt kopen.
Down
  1. 1. Blij dat het niet zo erg is.
  2. 3. Van het toneel aflopen.
  3. 4. Als je heel bang bent en niet weet wat je moet doen.
  4. 6. Aan de bewegingen van iemands mond kunnen zien wat hij zegt.