Taaljournaal week 10

12345678910
Across
  1. 1. Iemand die de baas speelt.
  2. 3. Een soort jasje met knopen.
  3. 5. Iemand die gemeen plaagt.
  4. 6. Je hebt iets verkeerd gedaan, maar wilt dat niet eerlijk zeggen.
  5. 7. Een groot dier dat in het bos leeft.
  6. 9. Onaardig of boos kijken
  7. 10. Iemand gemeen plagen.
Down
  1. 2. Heel erg lelijk of vervelend.
  2. 4. Een dunne trui met korte mouwen.
  3. 8. In winkels kijken en soms iets kopen.