Taalverhaal - Hoofdstuk 17
Across
- 2. De handen vastmaken met ijzeren klemmen
- 3. Bord eten
- 5. Vork met drie tanden
- 6. Puntig
- 7. Helemaal
- 8. Hoe diep iets is
- 9. Romeinse kampvechter
- 10. Het geluid van een olifant
- 12. Wie tegen iets of iemand vecht of zich verzet
- 13. In snelle vaart naderen
- 15. Wat ervoor zorgt dat iemand veilig is
- 18. Binnenkort; gauw
- 20. Plaat die bescherming geeft
Down
- 1. Een grof, stevig weefsel waarvan zeilen gemaakt worden
- 4. Ronde, met zand bedekte ruimte voor gevechten of wedstrijden
- 6. Een figuur uit stripboeken
- 7. Gulzig opeten
- 10. kaart waarmee je ergens naar binnen mag (bijvoorbeeld een bioscoop, museum, stadion e.d.)
- 11. Hard materiaal dat bestaat uit een mengsel van ijzer een koolstof en eventueel andere metalen
- 14. Even met je lichaam trillen
- 15. Geven
- 16. Groot sportveld met tribunes eromheen
- 17. Wat men vaak doet
- 19. Kort wapen met een scherpe punt