Taalverhaal - Hoofdstuk 8

1234567891011121314151617181920212223242526272829
Across
  1. 3. schoonmaken door het in water heen en weer te bewegen
  2. 6. vertellen dat je iets (verkeerds) hebt gedaan
  3. 10. pen met een vulling van vilt met inkt
  4. 11. volgorde van de muzieknoten in een stuk muziek
  5. 13. verkreukeld
  6. 14. een vloeistof ergens in doen
  7. 15. een musicus die basgitaar en/of contrabas speelt
  8. 17. stok waarlangs paardenharen zijn gespannen om een strijkinstrument te bespelen
  9. 21. in een slecht humeur
  10. 22. een slag instrument
  11. 23. geluiden of beelden die bijvoorbeeld op een cd staan
  12. 25. iemand die de leiding heeft over een muziekuitvoering
  13. 26. iets wat je heel goed kunt
  14. 27. veranderen, vertalen
  15. 28. ligbank
  16. 29. twaalf exemplaren (van iets)
Down
  1. 1. regelmaat waarmee iets zich herhaalt, vooral van geluid
  2. 2. heel zachtjes regenen
  3. 4. wat te maken heeft met hoe apparaten in elkaar zitten
  4. 5. iets naar een andere plaats brengen
  5. 7. groep apparaten bij elkaar
  6. 8. iets dat je kunt aantrekken
  7. 9. rommeltje, van alles door elkaar
  8. 12. een koele drank, meestal met koolzuurbelletjes
  9. 16. iets waarvan je het meest houdt
  10. 18. beginnen te spelen of zingen
  11. 19. (geluid of beeld) vastleggen om later opnieuw hoorbaar of zichtbaar te maken
  12. 20. als je door je problemen niet meer weet wat je moet doen
  13. 24. speciale ruimte voor het maken van radio- of tv-programma's