Taxi woorden

12345678910
Across
  1. 2. Een Nederlands eiland.
  2. 3. Een uitstapje, bijvoorbeeld met de klas.
  3. 6. Een verzameling voorwerpen uitgestald.
  4. 7. Een auto met chauffeur die jou ergens naar toe brengt.
  5. 8. Een toets, als je slaagt heb je je diploma.
  6. 10. Een blaasinstrument.
Down
  1. 1. Sorry.
  2. 4. Vanuit een vreemd, ver land.
  3. 5. Een keukengereedschap.
  4. 6. Als je iets erbij krijgt is dat .....
  5. 8. Een harde knal
  6. 9. Een land in Zuid-Amerika.