t/d of p/b

12345678910
Across
  1. 1. Niet slecht maar ...
  2. 4. Je hebt er twee. Ze hangen vast aan je armen
  3. 6. Niet klein maar ...
  4. 8. Hij heeft vier poten en een staart
  5. 9. Een dier waar je op kan rijden
  6. 10. Op het bord schrijf je met ...
Down
  1. 2. Dit dier kan zwemmen, lopen en vliegen. Het kwaakt.
  2. 3. Je legt er je kleren in
  3. 5. Je kan er mee schrijven. Het is geen pen
  4. 7. Een kleur. Niet wit maar ...