t/d of p/b
Across
- 1. Niet slecht maar ...
- 4. Je hebt er twee. Ze hangen vast aan je armen
- 6. Niet klein maar ...
- 8. Hij heeft vier poten en een staart
- 9. Een dier waar je op kan rijden
- 10. Op het bord schrijf je met ...
Down
- 2. Dit dier kan zwemmen, lopen en vliegen. Het kwaakt.
- 3. Je legt er je kleren in
- 5. Je kan er mee schrijven. Het is geen pen
- 7. Een kleur. Niet wit maar ...