Tegenwoordige tijd
Across
- 4. - Chiel (dragen) …………………… een bril.
- 6. - Zarah (onderhouden) …………………… de tuin zelf.
- 8. - (Besteden) ……………………je daaraan je geld?
- 9. - Emma en Chiel (leren) …………………… om leerkracht te worden.
- 12. - Maandag (begeleiden) …………………… Runa het koor.
- 13. - Wanneer (worden) ……………………jij gekozen?
- 16. - (eet) …………………… Tamsen zijn hond dat allemaal op?
- 17. - Khan (vermijden) …………………… dat weggetje.
- 19. – Suzi (luisteren) …………………… graag naar muziek.
- 21. – Kathlyn (vinden) …………………… haar klas heel leuk.
- 22. - (raden) …………………… je mee wie er komt?
- 23. – Raja (kunnen) …………………… mooi tekenen.
Down
- 1. - Morgen (beweren) …………………… ik dit ook nog.
- 2. - (blijven) …………………… Torben nog een avond?
- 3. – Melek (wandelen) …………………… graag.
- 5. - Adjzan (interesseren) …………………… zich stoere auto’s.
- 7. - (Binden) …………………… jij de hond even vast?
- 8. - (Bieden) …………………… ik wel genoeg?
- 10. - (Redden) …………………… jij het wel dit jaar?
- 11. - (Houden) …………………… je nog steeds van hem?
- 14. - Waarom (rijden) …………………… we zo hard?
- 15. – (lezen) …………………… Cengis veel?
- 18. - Waarom (vermoeden) …………………… je dat?
- 19. - Kasper (aarden) …………………… erg op zijn vader.
- 20. - Het geld (zenden……………………ik je morgen.
- 21. - Maar dat (vinden) …………………… ik onzin.