Test

12345678
Across
  1. 2. Sponsachtig materiaal in holten van botten; bevat stamcellen waaruit bloedcellen en bloedplaatjes ontstaan
  2. 3. Proces waarbij bloed klontert en hard wordt
  3. 4. Cellen met een celkern, maar geen vaste vorm; betrokken bij de afweer tegen ziekten
  4. 5. Delen van uiteengevallen cellen; hebben een functie bij de bloedstolling
  5. 6. Zuurstofbindend eiwitmolecuul in rode bloedcellen; geeft bloed de rode kleur
  6. 7. Hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen in het rode beenmerg stimuleert
  7. 8. De samenstelling van bloed; bij de mens ongeveer 55% bloedplasma en 45% (delen van) cellen
Down
  1. 1. Schijfvormige cellen zonder celkern; bevatten hemoglobine
  2. 5. Water met opgeloste stoffen en plasma-eiwitten