Theater
Across
- 1. Het doven van alle belichting voor een overgang naar een volgende scène of om het einde van het stuk aan te geven.
- 6. Treurspel, een toneelstuk met een rampzalig einde.
- 7. Selectie van acteurs op basis van het personage dat ze moeten vertolken
- 8. Deel van een bedrijf dat eindigt met het opkomen of afgaan van een personage.
- 10. Lichaamsbouw en fysiek voorkomen.
- 12. De bewegingen die de acteur moet maken
- 14. Voorwerp dat nodig is om het stuk te spelen.
- 16. Toneelkunst
- 17. Achtergrond waartegen het stuk zich afspeelt.
Down
- 2. Kwaliteit van het geluid in de zaal
- 3. Podium, het toneel
- 4. Wat de acteur met zijn gehele houding, mimiek en woorden wil uitdrukken.
- 5. Een blijspel, een stuk waarin humor centraal staat
- 9. Gelaatsuitdrukking.
- 11. Ten opzichte van het podium lager gelegen gedeelte waar zich de begeleidende muzikanten bevingen
- 13. Hoofddeel van een toneelstuk
- 15. Opmaken van de acteur door beschildering van het gezicht, opzetten van een pruik, … om het personage te kunnen vertolken.