Thema 1-5

1234567891011121314151617181920212223242526
Across
  1. 3. De bus kon niet meer rijden; De bus had dus een .......................
  2. 4. Mark houdt van lekker eten. Hij gaat .................. op restaurant.
  3. 6. Els is 1.65 meter en Anne is 1.70 meter. Anne is groter ........ Els;
  4. 7. De trein naar Antwerpen is een beetje later. de trein heeft ...........................
  5. 9. Els is 1.72 meter groot. Ze is ............... groot.
  6. 10. Peter en Geert zijn 2 broers. Ze zijn geboren op 2 juni 1993; Peter en geert zijn een...........................
  7. 11. Ik vindt mijn land mooi en goed en ik ben er trots op. Ik ben ................................
  8. 15. Mark komt uit Belgiê en Peter komt ook uit België. Ze komen ...................... uit Belgiê
  9. 16. Jan is altijd precies op tijd. Jan is .....................
  10. 17. Veel mensen houden van de zon. Maar ........................ hebben een allergie en houden niet van de zon.
  11. 19. Ik ben te laat en lieg: ik zeg dat mijn kat ziek is, maar dat is niet waar. het is een .........................
  12. 20. Ik vind Nederlands niet echt gemakkelijk en voel me dus nog niet echt op mijn .................... in het Nederlands.
  13. 23. Ik heb een afspraak bij de dokter, maar kan niet op dat moment gaan. Ik bel om de afspraak te ..............................
  14. 24. Els: Sorry dat ik te laat ben. Peter: Hoe ........ het?
  15. 26. Ik wil wel een glaasje bier; Op café vraag ik dus een ...................
Down
  1. 1. Je hebt je huistaak vergeten. Spijtig, maar niets aan te ..................
  2. 2. Ik wil een vriendin om samen te gaan joggen 1 keer per week. Ik plaats een .................. in de krant.
  3. 3. Greet heeft heel lang haar en draagt het altijd op een ............................., dat is gemakkelijker.
  4. 5. De man van Marie is dood. marie is .....................
  5. 8. Els en Greet hebben allebei 3 kinderen. Ze hebben ................... kinderen
  6. 10. Ik zoek een vriendin om samen naar de film ............ gaan
  7. 12. Carlos heeft zich niet geschoren en nu heeft hij dus een .............................
  8. 13. Zij is helemaal niet zwaar gebouwd, ze is ........................
  9. 14. Jan wil betaalt nooit een drankje voor zijn vriend. Hij is een beetje ..................
  10. 18. Ik weet zeker ............ het morgen regent: de weerman heeft het gezegd op TV
  11. 21. Ik weet niet precies hoe laat het is. Ik denk dat het ....................... 7 uur is.
  12. 22. De buschauffeurs zijn niet tevreden. Morgen rijden er geen bussen. De chauffeurs ......................
  13. 25. Belgen lachen wel eens met de Nederlanders: ze vertellen dan een ................ over de Nederlanders.