Thema 1 Tegenstellingen les 1

12345678910111213141516
Across
  1. 2. Felrood, de kleur van bloed.
  2. 4. Een kind leren wat wel of niet mag, of wel of niet moet.
  3. 6. Je bent traditioneel als je iets doet zoals het altijd gedaan wordt.
  4. 10. Heel hard op de grond stampen.
  5. 13. Heel zwart.
  6. 14. Je nergens iets van aantrekken.
  7. 15. Helemaal niet.
  8. 16. Je hebt invloed als je iets kunt veranderen, of iemand (van mening kunt laten veranderen.
Down
  1. 1. Lichtgroen, de kleur van gras.
  2. 3. Een kaalgeschoren hoofd met in het midden haar rechtop.
  3. 5. Je bent vooruitstrevend als je iets op een nieuwe manier doet.
  4. 7. Als je maatregelen neemt, zorg je ervoor dat iets in orde komt.
  5. 8. Je mening.
  6. 9. Vol met. De straat was bezaaid met afgevallen bladeren.
  7. 11. Een korte uitspraak waar je het mee eens of oneens kunt zijn.
  8. 12. Fel paars.